skip to the content

Chronische anemie

Chronische anemie

Introductie

Alle weefsels en organen in het lichaam hebben zuurstof nodig. Zuurstof wordt vanuit de longen via het bloed door het hele lichaam vervoerd. Als het bloed niet voldoende zuurstof kan transporteren, spreken we van anemie. Anemie wordt ook wel bloedarmoede genoemd.

De klachten die bij anemie kunnen voorkomen, zijn:

  • vermoeidheid
  • een lusteloos, futloos gevoel
  • gebrek aan uithoudingsvermogen
  • geen zin in vrijen, impotentie
  • gevoel van zwakte
  • concentratieproblemen
  • "sterretjes" voor de ogen zien, bijvoorbeeld bij snel opstaan
  • bleke huidskleur
  • hartkloppingen

Oorzaak

De rode bloedcellen in het bloed zorgen voor het vervoer van zuurstof. Rode bloedcellen hebben een beperkte levensduur van ongeveer 120 dagen. Het lichaam moet daarom voortdurend nieuwe rode bloedcellen aanmaken. Dit gebeurt in het beenmerg. Het hormoon dat zorgt voor de vorming van rode bloedcellen heet erytropoëtine. Erytropoëtine wordt in de nieren gemaakt. Normaliter maakt de nier extra erytropoëtine aan als het signaleert dat er ergens in het lichaam een tekort aan zuurstof is. Om ervoor te zorgen dat het bloed voldoende rode bloedcellen bevat is het dus belangrijk dat de nieren voldoende erytropoëtine maken.

Bij nierpatiënten maken de nieren geen of heel weinig erytropoëtine aan. Als er bij hen in de weefsels en organen een tekort aan zuurstof is, wordt geen of te weinig extra erytropoëtine aangemaakt. Daarom lopen nierpatiënten het risico chronisch ernstige anemie te krijgen. Vroeger kregen deze patiënten bloedtransfusies toegediend, met alle risico's die daaraan verbonden zijn.
In de rode bloedcellen zit hemoglobine en hemoglobine bevat ijzer. Zonder ijzer zou hemoglobine geen zuurstof kunnen binden. Er moet derhalve voldoende ijzer beschikbaar zijn. Als het lichaam niet voldoende ijzer via de voeding binnenkrijgt, moet er extra ijzer worden ingenomen, bijvoorbeeld in de vorm van ijzertabletten.

Behandeling

Om de aanmaak van rode bloedcellen te stimuleren en anemie te herstellen , wordt naast het toedienen van ijzer voor de aanmaak van hemoglobine met succes recombinant humaan erytropoëtine (rhEPO) gebruikt. Dit is een vorm van erytropoëtine die niet door het lichaam wordt gemaakt maar qua structuur en samenstelling heel erg op natuurlijk erytropoëtine lijkt.

In de regel ontvangen alle dialysepatiënten erytropoëtine om de bestaande anemie te behandelen. Ook bij patienten die nog niet worden gedialyseerd kan behandeling met erytropoëtine noodzakelijk zijn. Erytropoëtine wordt onderhuids ingespoten worden of via de dialyselijn toegediend.. De behoefte aan erytropoëtine is afhankelijk van de kwaliteit van het functioneren van de nier, van de dialysebehandeling, van de ijzervoorraad en van de behandeling van bijschildklier-aandoeningen.
Bij patiënten met suikerziekte die ook nierfunctiestoornissen hebben is er een bijkomend probleem: ze ontwikkelen vroeger dan nierpatiënten zonder suikerziekte een ernstigere vorm van renale anemie. Dat verklaart mede het hogere risico van patiënten met suikerziekte om te overlijden aan hart- en vaatziekten. Om deze reden dienen patiënten met suikerziekte vaker op nierfunctiestoornissen onderzocht te worden om latere problemen te voorkomen. Een regelmatig bezoek aan de huisarts of specialist is dan ook aan te bevelen.