skip to the content

Colorectale kanker

Colorectale kanker

Wat is colorectale kanker?

Kanker die begint in het colon wordt colonkanker genoemd en kanker die begint in het rectum wordt rectale kanker genoemd. Kanker die één van deze organen aantast, wordt ook colorectale kanker genoemd.

Colorectale kanker doet zich voor als enkele van de cellen die het colon of het rectum bekleden, gaan afwijken en ongecontroleerd gaan groeien. De abnormaal groeiende cellen vormen een tumor,      dit is de kanker.

Wie lopen er risico?

Iedereen loopt risico op colorectale kanker. Colorectale kanker is de op één na meest voorkomende vorm van kanker in Nederland. De meerderheid van de mensen die colorectale kanker ontwikkelt, heeft geen bekende risicofactoren.

  • De precieze oorzaak van colorectale kanker is nog niet bekend. Hieronder staat een aantal factoren die iemands kans om deze aandoening te ontwikkelen kunnen vergroten.
    Leeftijd - De aandoening komt meer voor bij mensen boven de 50. De kans op colorectale kanker neemt toe met de leeftijd. Maar de aandoening wordt ook gezien bij jongere mensen.
  • Geslacht - Gemiddeld is het risico gelijk, maar vrouwen hebben een grotere kans op colonkanker en mannen op rectumkanker.
  • Poliepen - Goedaardige woekeringen op de binnenwand van het colon of rectum; poliepen komen vrij veel voor bij mensen boven de 50 jaar. Eén soort poliepen, de zogenaamde adenomen, kunnen zich verder ontwikkelen tot potentiële voorgangers van colonkanker en rectale kanker.
  • Persoonlijke geschiedenis - Onderzoek toont aan dat vrouwen die een ziektegeschiedenis van eierstok- of baarmoederkanker hebben, een iets grotere kans hebben om colorectale kanker te ontwikkelen. Daarnaast lopen mensen die colitis ulcerosa of de ziekte van Crohn hebben ook een groter risico.
  • Familiegeschiedenis - Ouders, broers, zussen en kinderen van een persoon die colorectale kanker heeft, hebben een grotere kans zelf de aandoening te ontwikkelen. Een familiegeschiedenis van familiale polyposis, adenomateuze poliepen, of familiair poliepsyndroom vergroot ook het risico.
  • Dieet - Consumptie van rood vlees verhoogt het risico, het eten van veel groenten heeft mogelijk een beschermende werking .
  • Levensstijl - Alcohol, roken, gebrek aan beweging en overgewicht zijn extra risicofactoren.
  • Diabetes - Diabetespatiënten lopen een 30-40% hoger risico.

Symptomen

In een vroeg stadium hoeft colorectale kanker geen symptomen te veroorzaken. Onderstaande klachten kunnen echter wijzen op colorectale kanker:

  • Verandering in stoelgang: diarree of verstopping, of een verandering in de dikte van de ontlasting
  • Bloedarmoede
  • Rectale bloeding of bloed in ontlasting
  • Voortdurend ongemak in de onderbuik, zoals winderigheid, pijn of krampen
  • Het gevoel dat de darm niet volledig geleegd wordt
  • Onverklaard gewichtsverlies
  • Constante vermoeidheid

Screeningtesten

  • Fecaal Occult Bloed Test (FOBT) - Controleert op bloed in de ontlasting.
  • Sigmoïdoscopie en Colonoscopie - Hierbij wordt een lange, flexibele buis met daarin een kleine videocamera ingebracht in het rectum zodat de dokter de binnenzijde van uw darm kan bekijken. Bij een sigmoïdoscopie wordt het onderste deel van het colon - het rectum/colon descendens en colon sigmoideum bekeken, bij een colonoscopie kan het colon over de gehele lengte worden bekeken. Tijdens een sigmoïdoscopie en colonoscopie kan ook een weefselbiopt worden genomen en eventueel gevonden poliepen worden verwijderd.
  • Bariumklysma - Hierbij wordt een krijtachtige witte vloeistof (barium) via het rectum in het colon gebracht. Barium verbeterd de zichtbaarheid van contouren van het colon en maakt het mogelijk een röntgenfoto te nemen.
  • Rectaal toucher - Onderzoek waarbij de dokter met een vinger inwendig in de anus het laatste deel van het rectum aftast.

Diagnostische testen

Als de screeningtesten of symptomen wijzen op de mogelijkheid van colorectale kanker, ondergaan patiënten een diagnostisch onderzoek. Hiermee wordt vastgesteld of colorectale kanker aanwezig is en wat het stadium van de ziekte is. De volgende testen maken hier deel van uit:

  • Medische voorgeschiedenis
  • Lichamelijk onderzoek
  • Bloedtesten
  • Biopsie - afwijkend weefsel wordt verwijderd en met behulp van een screeningtest onderzocht op kankercellen.
  • Beeldvormende testen
  • Echo
  • Computertomografie (CT)
  • Magnetische resonantie imaging (MRI)
  • Röntgenfoto van de borstkas (om vast te stellen of de kanker uitgezaaid is naar de longen)

Stadium van de kanker

Hoe eerder kanker ontdekt en behandeld wordt, hoe groter de kans op herstel. De diagnose wordt gesteld aan de hand van een microscopische test (biopsie) op een stukje weefsel. Medische beeldvormingstechnieken worden gebruikt om te meten hoe ver de kanker zich verspreid heeft (gegroeid is) - dit staat bekend als het bepalen van het stadium.

Stadium I: De kanker is vergroeid met de binnenwand van de colon of het rectum. De tumor heeft de buitenwand van het colon nog niet bereikt en bevindt zich nog niet buiten het colon. Dukes A is een andere benaming voor Stadium I colorectale kanker.

Stadium II: De tumor is dieper doorgedrongen in of door de wand van het colon of het rectum. Het is mogelijk dat naburig weefsel is aangetast, maar kankercellen hebben zich nog niet verspreid naar de lymfeklieren. Dukes B is een andere benaming voor Stadium II colorectale kanker.

Stadium III: De kanker heeft zich verspreid naar naburige lymfeklieren, maar niet naar andere delen van het lichaam. Dukes C is een andere benaming voor Stadium III colorectale kanker.

Stadium IV: De kanker heeft zich verspreid naar andere delen van het lichaam, zoals de lever of de longen. Dukes D is een andere benaming voor Stadium IV colorectale kanker.

Behandelingen

De behandelingskeuze is afhankelijk van de locatie van de tumor (colon of rectum) en het stadium van de aandoening. Veel voorkomende soorten behandelingen zijn:

  • Chirurgie - Dit is de meest voorkomende behandeling. Het wordt gebruikt voor het verwijderen van poliepen en tumoren en om te controleren hoe uitgebreid de aandoening is. Veel voorkomende methodes zijn laparoscopie en open operaties. Na verwijdering van een deel van het colon of het rectum, worden de gezonde helften gewoonlijk opnieuw verbonden. Als dit niet mogelijk is, kan een colostomie uitgevoerd worden.
  • Chemotherapie - Behandeling met medicatie die kankercellen doodt of hun deling remt. Chemotherapie kan uitzaaiing van kanker voorkomen en eventuele uitzaaiingen bestrijden.
  • Bestralingstherapie - Ook wel radiotherapie genoemd, maakt gebruik van hoog-energetische straling om kankercellen te doden.
  • Biologische therapie - Patiënten krijgen via een ader een monoclonaal antilichaam toegediend dat zich bindt aan colorectale kankercellen en hun celgroei en verspreiding door het lichaam verstoort.

Vaak worden bovengenoemde behandelingen in combinatie met elkaar gebruikt zodat een optimale op de patiënt toegespitste behandeling ontstaat.