skip to the content

Virale hepatitis

Hepatitis

Hepatitis B en hepatitis C

"Hepar" is het Griekse woord voor lever en "itis" aan het einde van het woord betekent ontsteking. Hepatitis betekent dus ontsteking van de lever. De lever kan op verschillende manieren worden aangetast. Als de ontsteking het gevolg is van een infectie met een virus spreekt men van virale hepatitis.

Momenteel zijn er verschillende virussen bekend die hepatitis kunnen veroorzaken. Deze virussen worden aangeduid met opeenvolgende letters van het alfabet: hepatitis A, hepatitis B, hepatitis C, enzovoort. De hepatitisvirussen verschillen in de manier waarop ze van mens op mens worden overgedragen, in de manier waarop ze schade aan de lever veroorzaken en in de mate waarin leverschade ontstaat. Enkele virussen, waaronder het hepatitis B en C virus, kunnen daarnaast ook een chronische (blijvende) ontsteking geven met eventueel ook andere symptomen.

Introductie

Een virus is een klein deeltje en bestaat uit een stukje erfelijk materiaal. Dit heeft het virus nodig om zich te vermenigvuldigen in de cellen van iemand die is besmet. Hepatitisvirussen maken gebruik van de cellen van de lever waardoor ontsteking van de lever ontstaat.

Virale hepatitis is de meest voorkomende leverziekte ter wereld. Als iemand besmet is geraakt met een virus dat hepatitis veroorzaakt, verspreidt het virus zich via het bloed naar de lever. Het virus komt dus voor in het bloed en kan daarom worden overgedragen via bloed of bloedproducten.

Alle hepatitisvirussen kunnen een acute (tijdelijke: enkele maanden durende) ziekte veroorzaken. De eerste zes maanden van de infectie wordt de acute fase genoemd. Symptomen van acute hepatitis zijn bijvoorbeeld het geel worden van de huid en ogen, donkere urine, extreme moeheid, misselijkheid en braken, en soms buikpijn.
Het virus kan tijdens de acute fase door het afweersysteem worden opgeruimd. Enkele virussen, waaronder het hepatitis B en C virus, worden niet bij alle patiënten tijdens de acute fase opgeruimd, en kunnen daarna een chronische (blijvende) ontsteking geven met eventueel ook andere symptomen. Het tijdstip waarop men iets gaat merken van een chronische infectie kan sterk verschillen. De meeste mensen merken lange tijd niets of merken nooit iets.
De chronische infectie verloopt vaak jarenlang zonder klachten. Een aantal krijgt last een griepachtig gevoel, is moe en voelt zich niet lekker. Bij sommige patiënten wordt de chronische hepatitis pas bekend doordat de patiënt problemen door een slecht functionerende lever krijgt. Omdat de chronische leverontsteking op termijn kan leiden tot ernstige leverschade, leveruitval en kanker van de lever wordt chronische hepatitis behandeld.

Hepatitis B

Het hepatitis B virus wordt ook wel afgekort tot HBV. Er zijn verschillende soorten van het virus; de zogenaamd genotypen. De verschillende genotypen vertonen kleine verschillen en worden aangeduid met een tweede letter: de letters A t/m H.

Hepatitis C

Het hepatitis C virus wordt ook wel afgekort tot HCV. Ook de verschillende leden van de hepatitis C familie vertonen kleine verschillen. De verschillende genotypen worden aangeduid met de cijfers 1 t/m 6. Van sommige van deze genotypen bestaan weer subtypen, welke ook weer kleine variaties in zich hebben. Deze subtypen hebben meestal een kleine letter.
Hepatitis C virus 1a en 1b lijken dus erg op elkaar, en het verschil tussen hepatitis C 1a en 2a is een stuk groter.

We weten dat het genotype van het hepatitis C virus mede bepalend is hoe doeltreffend de momenteel beschikbare medicijnen werken. Zo reageren de hepatitis C genotypen 2 en 3 over het algemeen beter op therapie dan de andere genotypen. Omdat het genotype zo'n sterke en betrouwbare voorspelling geeft van de behandelresultaten, wordt vóór het starten van de therapie het genotype bepaald door middel van een bloedtest.

Oorzaak

Als iemand besmet is met hepatitis B of C, kan deze persoon besmet zijn geraakt na bloed op bloed contact.

  • In het verleden zijn veel mensen besmet geraakt door bloedtransfusies. Tegenwoordig wordt al het transfusiebloed in Nederland getest op hepatitis B en C. De kans dat men nog via deze weg geïnfecteerd raakt is dus erg klein. In landen waar niet wordt getest bestaat echter nog steeds een kans om op deze manier geïnfecteerd te worden.
  • Acupunctuur, tatoeages, gaatjes in de oren of lichaamspiercing met naalden die door een ander zijn gebruikt.
  • Injecteren van geneesmiddelen en drugs. Zelfs een kleine hoeveelheid bloed kan genoeg hepatitis virus bevatten om een besmetting te veroorzaken. Als u gebruik maakt van instrumenten die door anderen zijn gebruikt kunt u gemakkelijk zelf besmet raken. Besmetting kan ook gebeuren tijdens een zogenaamd prikaccident: dit gebeurt als een gezondheidswerker zich per ongeluk prikt aan een naald die is gebruikt om een patiënt mee te injecteren.
  • Besmetting van moeder op kind. Bij de geboorte kan een geïnfecteerde moeder de hepatitis overdragen op het kind.
  • Gemeenschappelijk gebruik van scheermesjes, scharen of tandenborstels.

Risico's van seksueel contact

  • Iemand kan ook besmet raken met het hepatitis B virus door seksueel contact, want het hepatitis B virus komt niet alleen voor in bloed, maar ook in sperma en vaginaal vocht.
  • Het kan worden overgedragen via speeksel, orale seks, seksuele technieken, tongzoenen, sekshulpmiddelen of seksspeeltjes indien hierbij besmettelijke lichaamsvloeistoffen zijn betrokken.
  • Gecontroleerd onderzoek wijst er op dat er geen besmetting van hepatitis C plaats vindt via seksueel contact. Bij anale seks en seks tijdens de menstruatieperiode zou het risico op besmetting eventueel groter kunnen zijn. Bij patiënten die met het hiv virus (het Humaan Immuundeficiëntie Virus) zijn geïnfecteerd, zijn er wel aanwijzingen dat hepatitis C zich verspreidt via seksueel contact.

Gevolg

Bij vrijwel alle chronische leverziekten ontstaat er schade aan de lever. Op die plaatsen ontstaan littekens (fibrose) door de vorming van bindweefsel. Dit proces heet fibrosering.
Dit proces is waarschijnlijk nog omkeerbaar. Wanneer de littekenvorming toeneemt, ontstaat er uiteindelijk een situatie waarin de structuur van de lever verandert. We spreken dan van cirrose. Dit is het eindstadium van een chronische leverziekte en is (bijna) niet meer omkeerbaar, dus niet meer te herstellen. De lever kan uitvallen niet meer alle taken doen die normaal worden uitgevoerd. Ook is er kans dat er kanker van de lever ontstaat.

Om fibrose en/of cirrose te diagnosticeren zal de arts soms een leverbiopsie (leverpunctie) verrichten. Onder locale verdoving wordt dan met een naald een stukje weefsel afgenomen. Onder de microscoop wordt bekeken of de lever is aangetast.

Behandeling

Hepatitis B
Het doel van de antivirale behandeling van hepatitis B is om het virus volledig te onderdrukken. Dit kan op twee manieren. De specialist bepaalt welke medicijnen voor een betreffende patiënt het meest geschikt zijn.

  • Peginterferon alfa
    De patiënt kan worden behandeld met interferon. Interferon alfa is een eiwit dat de reactie van het afweersysteem in het lichaam verandert om het te helpen bij het bestrijden van infecties en ernstige ziekten. Door de behandeling met interferon kan het lichaam worden aangezet om het virus levenslang zelf te gaan onderdrukken. Als dat lukt, zal het virus zich niet meer kunnen vermenigvuldigen en geen schade meer kunnen aanrichten.
    Verdere behandeling is dan niet meer nodig. Tegenwoordig wordt peginterferon gebruikt, dat is een langwerkend interferon. Het hoeft daarom minder vaak te worden toegediend dan het gewone interferon. De behandeling met peginterferon alfa is voor een kortere, vaste periode, maar heeft wel een aantal bijwerkingen.
  • Nucleoside of nucleotide analogen
    De andere geneesmiddelen tegen hepatitis B zijn de zogenaamde nucleosiden of nucleotiden (lamivudine, adevovir, entecavir, telbivudine en tenofovir). Deze middelen remmen de vermenigvuldiging van het virus, maar zetten het lichaam zelf niet aan om het virus te gaan onderdrukken. Ze moeten voor lange tijd, vaak levenslang gebruikt worden, maar kennen weinig bijwerkingen. Nadeel van deze medicijnen is de kans op resistentie waardoor het gebruikte middel niet meer werkt en overgegaan moet worden op een ander medicijn.

Tijdens en na de behandeling wordt via een bloedtest bekeken of men baat heeft bij de behandeling. De test meet de zogenaamde virologische respons; de afname van de hoeveelheid virus in het bloed.

Hepatitis C
De meeste mensen die worden behandeld tegen hepatitis C worden behandeld met combinatietherapie; peginterferon en ribavirine tabletten. Ribavirine gaat het vermenigvuldigen van het virus tegen en het versterkt de immuunreactie van het lichaam tegen het virus. Ribavirine moet bij hepatitis C in combinatie worden gebruikt met interferon of peginterferon, ribavirine alleen werkt niet.

De behandeling tegen hepatitis C is niet levenslang maar duurt 16 tot 72 weken. Het langetermijnsucces van de behandeling hangt af van een aantal factoren. Een heel belangrijke factor is het genotype van het virus. Patiënten die zijn geïnfecteerd met genotype 2 of 3 hebben een veel grotere kans om te genezen dan patiënten die met één van de de moeilijker te behandelen genotypen, 1 of 4, zijn geïnfecteerd. Omdat het genotype 2 en 3 virus beter reageert op behandeling kunnen patiënten die met deze genotypen zijn geïnfecteerd vaak korter worden behandeld. De duur van de behandeling is ook afhankelijk van het aantal virusdeeltjes in het bloed ("viral load"). Als de viral load laag is, dus weinig virus deeltjes in het bloed, heeft de patiënt een grotere kans om te genezen.

Er zijn nog meer factoren die de uitkomst van de behandeling beïnvloeden. Mensen onder de 40 jaar reageren beter op de behandeling dan die van boven de 40 jaar. Vrouwen reageren beter op de behandeling dan mannen. De ernst van leverfibrose beïnvloedt de uitkomst; mensen met minder ernstige fibrose reageren beter dan mensen met ernstige fibrose.
Mensen met een Afrikaanse achtergrond reageren slechter op de behandeling dan mensen van andere etnische afkomst. Andere factoren die de werkzaamheid van de behandeling kunnen beïnvloeden zijn onder ander overgewicht.

Tijdens en na de behandeling wordt via een bloedtest bekeken of men baat heeft bij de behandeling. De test meet de zogenaamde virologische respons (reactie van het virus op de behandeling). Aan het einde van de behandeling geeft een virale hepatitis C test de werkzaamheid weer van de therapie op dat moment. Zes maanden na het einde van de behandeling wordt er nogmaals een test uitgevoerd om te kijken of er sprake is van een aanhoudende reactie (SVR of "sustained viral response", blijvende virale reponse).
Bij sommige mensen bij wie het virus aan het einde van de behandeling niet meer was aan te tonen, was het virus toch niet geheel verdwenen omdat het 6 maanden na de behandeling weer aantoonbaar is.

Aanvullende informatie

Meer informatie kunt u aanvragen op een van onderstaande adressen:

  • Nationaal Hepatitis Centrum, Kenniscentrum voor hepatitis
    Hepatitis Infolijn: 033-4220988
    E-mail: info@hepatitis.nl
    Internet: www.hepatitis.nl
  • Nederlandse leverpatiënten vereniging
    Tel.: 033-4220981
    E-mail: info@leverpatientenvereniging.nl
    Internet: www.leverpatientenvereniging.nl
  • Maag Lever Darm Stichting
    Tel.: 0900-2025625 (€ 0,20 p.m.)
    E-mail: info@mlds.nl
    Internet: www.mlds.nl