skip to the content

Longkanker

Longkanker

Longkanker

Longkanker is een verzamelnaam voor een aantal vormen van kanker in de longen, elk met hun specifieke verloop, behandeling en prognose. De ziekte kan worden onderverdeeld in de zogenaamde kleincellige en de niet-kleincellige vorm. Deze indeling berust op de kenmerken van de kankercellen onder de microscoop.
De symptomen van longkanker kunnen zeer wisselend zijn en zijn mede afhankelijk van de plaats en de grootte van de tumor en van eventuele uitzaaiingen. In het begin, als de tumor nog relatief klein is, kunnen symptomen afwezig zijn en wordt de tumor dikwijls bij toeval gevonden. Achteraf blijken er dan soms al meer vage algemene symptomen te zijn, zoals het niet helemaal fit voelen, verminderde eetlust en soms ook vermagering. Andere symptomen die mogelijk op longkanker kunnen wijzen zijn: veranderd hoestpatroon, bloed ophoesten, toename van kortademigheid, regelmatig terugkerende luchtweginfecties, pijn in de borstkas en pijnen elders in het lichaam.

Oorzaak

Een belangrijke oorzaak van longkanker is het roken van sigaretten. Ook het roken van sigaren en pijp vergroot de kans op het krijgen van longkanker. Daarnaast is bekend dat langdurige blootstelling aan bepaalde stoffen tijdens werkzaamheden longkanker kan veroorzaken. Door schadelijke stoffen ontstaan er veranderingen in het erfelijk materiaal van de cel, waardoor deze uiteindelijk ontspoort: de cel trekt zich niets meer aan van de normale verbanden en groeit onbelemmerd door, mede ten koste van het nabij gelegen gezonde weefsel. Bovendien hebben deze 'ontspoorde' cellen de neiging zich ook elders in het lichaam te nestelen en uit te groeien tot uitzaaiingen van de tumor.

Diagnose en stadiering

Wanneer er klachten zijn die mogelijk op longkanker wijzen zullen onderzoeken plaatsvinden die erop gericht zijn om vast te stellen of er werkelijk sprake is van longkanker en om de ziekte zo goed mogelijk in kaart te brengen. Ook moet worden vastgesteld of de algehele gezondheid van de patiënt mogelijk beperkend is bij de keuze voor een behandeling. Doel is een eventuele behandeling zo goed mogelijk op de ziekte en de mogelijkheden en wensen van de patiënt af te stemmen.
Onderzoeken die doorgaans plaatsvinden zijn:

  • Een algemeen lichamelijk onderzoek;
  • Hart- en longfunctie worden bepaald door middel van een hartfilmpje en een blaastest. De conditie van deze organen is belangrijk bij de keuze voor een behandeling;
  • Röntgenfoto's van de longen en een CT-scan van de borstkas en de bovenbuik kunnen de plaats van de tumor aangeven;
  • Door middel van een bronchoscopie (het in de luchtweg kijken met een flexibele kijker) kan mogelijk tumorweefsel verkregen worden voor onderzoek;
  • Bloedonderzoek kan aanwijzingen geven voor uitzaaiingen in bepaalde organen.

Afhankelijk van bestaande klachten en de uitslagen van eerdere onderzoeken kunnen aanvullende onderzoeken worden gedaan zoals:

  • Een onderzoek van het skelet (scintigrafie) kan uitsluitsel geven over uitzaaiingen in de botten;
  • Een CT-scan van de hersenen, al of niet gevolgd door nader onderzoek door een neuroloog, wordt gedaan als er een verdenking is op uitzaaiingen in de hersenen;
  • Door middel van een PET-scan kan inzicht worden verkregen in uitzaaiingen elders in het lichaam;
  • Om te kijken of zich tumorcellen bevinden in de lymfklieren in het mediastinum (ruimte tussen de longen) kan er lymfklierweefsel worden verzameld door middel van een kijkoperatie achter het borstbeen (mediastinoscopie) of via de slokdarm of luchtpijp met behulp van een echo-apparaat.

De mate waarin de ziekte is gevorderd wordt bij niet-kleincellig longkanker aangegeven door middel van de stadiëring. Op basis van de grootte van de tumor en eventuele uitzaaiingen naar lymfklieren of naar andere delen van het lichaam vindt een indeling plaats in vier verschillende stadia: stadium I, II, III of IV. Stadium I betreft een kleine tumor zonder aantoonbare ziekte elders in het lichaam, stadium IV staat voor uitgezaaide ziekte.
Bij kleincellig longkanker (SCLC) spreekt men in het algemeen over beperkte of uitgebreide ziekte, in het Engels afgekort als LD of ED.

Behandeling

De keuze voor een bepaalde behandeling van longkanker hangt onder andere af van:

  • Het type longkanker (kleincellig of niet-kleincellig);
  • De ligging van de tumor in de long;
  • Het stadium van de ziekte.

De belangrijkste behandelingsopties zijn:

  • Operatie (chirurgie);
  • Bestraling (radiotherapie);
  • Celdodende middelen (chemotherapie);
  • Monoklonale antistoftherapie die de aanmaak van bloedvaten in de tumor remt (bevacizumab);
  • Therapie gericht op de receptor van de epidermale groeifactor (erlotinib);
  • Combinaties van deze behandelingen.

Wanneer er sprake is van beperkte ziekte met een kleine (niet-kleincellige) tumor bij voldoende long- en hartreserves, zal doorgaans een operatie plaatsvinden.
Is er alleen sprake van uitzaaiingen in de lokale lymfeknopen dan wordt als behandeling mogelijk chemotherapie gevolgd door chirurgie of radiotherapie voorgesteld. Zijn er uitzaaiingen op afstand dan kan chemotherapie worden voorgesteld, al dan niet in combinatie met bevacizumab.
De behandelopties zijn beperkt wanneer de tumor na een eerdere behandeling terugkeert. Doorgaans wordt dan gekozen voor erlotinib of chemotherapie.