“De vijfjaarsoverleving voor patiënten met longkanker verbeteren.”

Jeske Timmermans – Head Roche Foundation Medicine Netherlands

Wat is longkanker?
Bij longkanker is er sprake van een ongeremde celgroei in of van het weefsel van de longen. Hoewel we vaak spreken over dé ziekte longkanker, is het niet slechts één ziekte. Wetenschappers en artsen hebben de afgelopen jaren wel zo’n veertig soorten longkanker ontdekt. En het onderzoek naar nieuwe varianten gaat door. De belangrijkste onderverdeling van longkanker is kleincellige en niet-kleincellige longkanker.

Symptomen

De symptomen van mensen met MS kunnen zeer uiteenlopend zijn. De symptomen kunnen zowel op lichamelijk gebied als op het mentale vlak tot uitdrukking komen.

  • Langdurig hoesten
  • Kortademigheid
  • Soms een beetje bloed in opgehoest slijm
  • Vermoeidheid
  • Heesheid zonder keelpijn
  • Gewichtsverlies zonder aanwijsbare reden
  • Zeurende pijn in borststreek, rug of rond de schouders
  • Zwelling van gezicht of nek
  • Longontsteking of ontstekingen in de luchtwegen die niet overgaan met antibiotica

Behandeling
Voor de behandeling gaan we uit van de onderverdeling in twee soorten: kleincellige longkanker en niet-kleincellige longkanker.

Kleincellige longkanker
Ongeveer 20% van de longkanker is kleincellig. Bij deze vorm van longkanker gaat het om heel kleine cellen, die zich razendsnel delen. Hierdoor kunnen zij zich ook sneller door het lichaam verspreiden dan de niet-kleincellige soort. Vaak is kleincellige longkanker dan ook al uitgezaaid op het moment dat er klachten ontstaan.
Chemotherapie is de standaard behandeling bij deze vorm van longkanker. Afhankelijk van het stadium van deze vorm van longkanker, wordt een behandelplan opgesteld dat voornamelijk bestaat uit chemotherapie, eventueel aangevuld met radiotherapie.

Niet-kleincellige longkanker
80% van de mensen met longkanker hebben niet-kleincellige longkanker. Er zijn verschillende behandelmethoden voor niet-kleincellige longkanker. Welke behandeling er wordt gekozen, hangt af van het soort longkanker en het stadium waarin de ziekte zich bevindt. Het is dus belangrijk om te weten welk type longkanker het is om een specifieke behandeling te kunnen kiezen.

  1. Operatie: hierbij wordt de tumor met het omringende longweefsel verwijderd.
  2. Bestraling (radiotherapie): hierbij worden de tumor en aangrenzende lymfeknopen bestraald om genezing te bereiken of om de klachten te verminderen.
  3. Chemotherapie: dit is een behandeling met celdodende geneesmiddelen die ingezet wordt bij uitzaaiingen.
  4. Doelgerichte therapie: voor doelgerichte therapie wordt gekozen als er sprake is van mutaties in de genen. Ook angiogenese remming is een vorm van doelgerichte therapie. Deze therapie kan gegeven worden onafhankelijk van bepaalde mutaties in de tumor.
  5. Immunotherapie: een behandeling die het eigen afweersysteem tegen kankercellen stimuleert, zodat het de kankercellen beter kan doden.

De toekomst
Decennialang had een arts bij longkanker eigenlijk maar één behandeling tot zijn beschikking: chemotherapie. De laatste jaren zijn de ontwikkelingen razendsnel gegaan. Vroeger dachten we dat er maar twee typen longkanker waren: niet-kleincellige longkanker en kleincellige longkanker. Wordt iemand vandaag de dag in een ziekenhuis onderzocht op verdenking van longkanker, dan wordt er niet alleen gekeken naar het type cel waaruit de longkanker is ontstaan, maar ook of er sprake is van specifieke veranderingen (mutaties) in het DNA van de kankercel. Als deze mutaties niet gevonden worden, volgt de standaardbehandeling bestaande uit een operatie, chemotherapie, radiotherapie of een combinatie hiervan. Ook kan sinds enige tijd immunotherapie worden ingezet. Wordt er wel zo’n specifieke mutatie gevonden, dan kan een doelgerichte therapie (targeted therapie) gegeven worden indien deze beschikbaar is.