Care@Home

Thuistoediening, transitie vol vragen en ambitie

Er zijn patiënten die het fijn vinden om hun oncologische behandeling thuis te krijgen. Dat is vertrouwd en het bespaart mentaal en fysiek belastend heen en weer gereis. Maar er zijn ook patiënten die een behandeling liever niet thuis, maar in het ziekenhuis hebben. Omdat thuis voor hen thuis moet blijven, en geen filiaal van het ziekenhuis moet worden.  Dat blijkt uit patiëntinterviews vanuit Tergooi ziekenhuis dat samen met anderen onderzoek doet naar Care@Home.

In veel ziekenhuizen wordt nagedacht over andere behandelvormen. Thuisbehandeling is een optie, waaronder ook thuistoediening van medicijnen. Sommige ziekenhuizen bereiden zich erop voor. Andere zijn al lang bezig en willen groeien. Maar allemaal worstelen ze nog met het invullen van randvoorwaarden. Het rond krijgen van de financiering is zo’n voorwaarde, net zo goed als de beschikbaarheid van gespecialiseerde medewerkers voor thuistoediening. Een belangrijk voorwaarde is dat de specialisten achter thuisbehandeling staan. Minstens zo belangrijk zijn de wensen en behoeften van de patiënten en hun thuisfront. Er zijn nog veel vragen. Veel uitdagingen ook. En er is veel behoefte om met anderen kennis en ervaringen te delen. Daarom organiseerden Roche en Vintura op 11 april 2019 een bijeenkomst over Care@Home.

Doel van de bijeenkomst is het bij elkaar brengen van kennis, ervaringen, visies en ambities . Veertien ziekenhuizen en een zorgverzekeraar gingen op de uitnodiging in. Dat is veel en tekent de behoefte. Er is nog veel te ontdekken en veel te delen.

Hieronder het programma van de bijeenkomst op 11 april.

Care at home

Thuistoediening combineren

Jacqueline Sosef (strategic healthcare partner bij Roche) deed de aftrap. Ook vanuit de farmaceutische wereld wordt er naar nieuwe behandelopties gekeken. Roche wil een speler zijn in de transitie en actief meedenken over verbeterde zorg én betaalbaarheid. Eén van de beweegredenen voor Roche is de inefficiënte praktijk bij thuisbehandelingen. Steeds vaker heeft een patiënt meerdere medicijnen nodig. Meerdere thuisbehandelingen van verschillende aanbieders per patiënt is niet efficiënt. Bovendien is het een extra belasting voor de patiënt. Dat moet anders kunnen.

Pilotprojecten

Drie ziekenhuizen startten samen met Roche een ontdekkingstocht via drie pilotprojecten. Elk voor zich willen de pilot-ziekenhuizen ontdekken en ervaren wat ervoor nodig is om thuisbehandelingen succesvol te maken. Het Tergooi Ziekenhuis heeft een waardevolle eerste stap gezet door thuisbehandeling vanuit het perspectief van de patiënt te bekijken. Patiëntinterviews leverden een genuanceerd beeld op. Deels herkenbaar voor de deelnemers aan de bijeenkomst. Deels zeker ook ogen openend.

Patiëntperspectief

Duidelijk is dat thuisbehandeling door veel mensen positief beoordeeld wordt: ‘Je voelt je thuis minder patiënt”. Maar er blijven veel vragen. Niet iedereen omarmt het idee meteen. Vragen gaan onder andere over de veiligheid van de geneesmiddelen. Wat betekent dat voor het medebewoners en voor je huisdieren? En zijn de verpleegkundigen die de behandeling doen eigenlijk wel even kundig als in het ziekenhuis; wat gebeurt er bijvoorbeeld als het aanprikken voor een infuus niet meteen lukt, is er dan back-up?

De interviews maken helder dat vertrouwen geven, luisteren en goed informeren ontzettend belangrijk is. De rol van de verpleegkundigen is daarmee wezenlijk anders dan in een ziekenhuis. Bij thuisbehandeling ben je als verpleegkundige te gast bij de patiënt; In het ziekenhuis is dat precies andersom. Dat vraagt om een andere benadering. En andere vaardigheden.

In discussie over stellingen

Succesfactoren

Naast Tergooi doen ook het St. Antoniusziekenhuis in Utrecht/Nieuwegein en het Martini Ziekenhuis in Groningen mee aan de pilot. Ze worden daarbij ondersteund door Vintura en Roche. Over de belangrijkste succesfactoren begint al een duidelijk beeld te ontstaan.  Ten eerste gaat het over draagvlak binnen het ziekenhuis, zowel bij de specialisten en verpleegkundigen als bij het bestuur en de financiële en logistieke collega’s. Ten tweede gaat het om concreet maken: bespreek in werksessies met een projectgroep voor welke patiënten thuisbehandeling geschikt is en met welke behandelingen je kunt beginnen. Derde succesfactor: ga gestructureerd aan de slag. Benoem een projectleider, maak heldere afspraken en zorg voor goede informatie-uitwisseling. En de laatste succesfactor: leer van elkaar.

Leren van elkaar; dat was de opzet van de bijeenkomst. In dialoogsessies werd aan de hand van vijf stellingen de thematiek verkend. De discussies lieten veel overeenkomsten, maar toch ook behoorlijk wat interessante en leerzame verschillen zien:

Hoe start je?

De eerste stelling ging over het opstarten van thuisbehandelingsprojecten. Doe je dat het best kleinschalig, of is het beter om vanuit een ziekenhuisbrede visie te starten? De deelnemers vonden dat het allebei kan. Verschillende ziekenhuizen blijken het ook op verschillende wijzen aangepakt te hebben. Belangrijk is dat je begint waar de energie is. Betrokkenheid van artsen is key. Voor kleine projecten geldt dat het vertrouwen van het bestuur essentieel is. Klein of groot: je hebt een projectleider nodig!

Wie kiest?

De tweede stelling ging over de keuze van thuistoediening. Is het de patiënt die het wil, of bepaalt het ziekenhuis. Het is en-en, vinden de deelnemers, maar het blijft altijd maatwerk. En het blijft uiteindelijk een keuze van de patiënten zelf.  Voor het ziekenhuis zijn kosten belangrijk. Daar kan op gestuurd worden. De veranderende tijdgeest zal invloed hebben op de keuze, werd gezegd. Nu lijkt thuistoediening nog een keuze voor iets bijzonders; in de toekomst groeit thuistoediening wellicht uit tot de ‘normale’ behandelvorm en dus tot vanzelfsprekende keuze.

Zelf doen of uitbesteden?

In de derde stelling ging het over de keuze wie de thuisbehandeling uitvoert: eigen mensen van het ziekenhuis of bijvoorbeeld medewerkers van de thuiszorg? Wat in ieder geval essentieel is, is dat het ziekenhuis de regie houdt. Vooralsnog lijkt – en zeker ook bij de behandelende artsen – het meeste vertrouwen te zitten in de eigen medewerkers. Maar factoren als gebrek aan capaciteit, sociale competenties en kosten maken het wellicht noodzakelijk dat de thuiszorg of gespecialiseerd bedrijf wordt ingeschakeld. En wie weet: gaat de techniek zo ver dat patiënten ook zelf de medicijnen kunnen toedienen.

Bed voor een ander of bed weghalen?

Stelling vier luidde: is thuisbehandeling een manier om bedden vrij te maken voor patiënten die dat nodig hebben, of kan het ziekenhuis zo kleiner worden? Allebei de factoren blijken te spelen, maar voor de meest ziekenhuizen gaat het toch om het vrijmaken van bedden voor anderen en het creëren van capaciteit bij de dagbehandeling. Minstens zo belangrijk: de kwaliteit en het comfort voor de patiënt moeten beter worden. De patiënt is en blijft het uitgangspunt.

Besparen moet of extra kosten mag?

Bij stelling vijf draaide het om de kosten: moet het minder of mag het meer kosten? Hier waren twee dominante meningen. Eén groep deelnemers vindt dat het op termijn kostenbesparend moet zijn, maar dat je dan wel álle kosten moet meetellen. De tweede groep vindt dat thuisbehandeling zoveel gezondheidswinst oplevert dat meerkosten voor thuisbediening op de koop toegenomen moet worden.

Business cases

Bij alle gesprekken en gedachtenuitwisselingen tijdens de bijeenkomst ging het enerzijds om de wil en ambitie om aan de slag te gaan met thuistoediening, en anderzijds om de vele vragen die er zijn over financiën, belemmeringen in de vorm van protocollen en zorgpaden en ‘hoe doe je het’’. Links en rechts wordt thuistoediening al toegepast, maar er moet nog veel meer ervaring opgedaan worden om de schaal te vergroten en een echte transitie tot stand te brengen. Belangrijk is dat er goede business cases worden ontwikkeld. Voor de ziekenhuizen zelf is dat belangrijk, maar ook de zorgverzekeraars hebben behoefte aan voorbeelden, kennis, ervaringscijfers en oplossingen. Ook zij vragen zich af hoe thuistoediening ingepast kan worden in de complexe financieringssystematiek van de Nederlandse zorg.

De ervaring en de business cases worden de komen jaren opgebouwd. De wil is er en er is al veel dynamiek. Thuisbehandeling en thuistoediening krijgen hoe dan ook een vaste en steeds belangrijkere plek in de zorg. Het is goed dat ziekenhuizen, verzekeraars en farmaceuten open en onderzoekend met elkaar mogelijkheden en belemmeringen bespreken. Dat is precies waar het bij deze Care@Home bijeenkomst om ging. Eind mei 2019 is de whitepaper verschenen, waarbij de eerste inzichten worden gedeeld.