Martini Ziekenhuis opent polikliniek voor palliatieve zorg

Hoe kunnen we de best mogelijke zorg geven aan patiënten die weten dat ze niet genezen van hun ziekte? Het is een vraag die in het Martini Ziekenhuis hoog op de agenda staat. Al in het begin van deze eeuw beschikten de Groningers als een van de eerste ziekenhuizen in Nederland over een palliatief team. Eind 2016 ontvingen ze de internationale accreditatie voor palliatieve zorg van ESMO (European Society for Medical Oncology). En nu, in 2018, gaan ze als eerste in Noord-Nederland van start met een polikliniek voor alle patiënten in hun laatste levensfase. Doel is om zo beter en proactiever in te spelen op de wensen en behoeften van patiënten, een ambitie die Roche graag ondersteunt.

Vragen over palliatieve zorg

‘Met deze polikliniek maken we de palliatieve zorg in ons ziekenhuis zichtbaarder voor patiënten, huisartsen én onze eigen artsen’, vertelt verpleegkundig specialist en coördinator palliatieve zorg, Gertruud van der Werff. ‘We verwachten dat patiënten daardoor eerder naar ons worden doorverwezen, zodat we in een vroeger stadium klachten en problemen kunnen signaleren. Op basis daarvan kunnen we dan ondersteuning bieden aan patiënten en naasten, in samenspraak met de behandelaars binnen en buiten het ziekenhuis. Ook bespreken we mogelijke scenario’s: wat kunnen ze verwachten, waar zien ze tegenop, wat zijn hun wensen, zijn er plannen die ze nog heel graag tot uitvoer willen brengen? Vaak blijkt dat de patiënt of diens naasten vragen hebben die ze niet aan de behandelende specialist willen of durven stellen, maar die bij ons wel aan de orde komen. Al is het maar omdat er bij ons de tijd en rust is om over de meest uiteenlopende aspecten door te praten.’

Proactief zorgplan

Want, benadrukt Van der Werff, bij palliatieve zorg gaat het niet alleen om het medische en lichamelijke proces, maar ook om de sociale, psychologische en existentiële vragen die zich in deze fase voordoen. ‘Het gaat erom de wensen en behoeften in al deze dimensies van palliatieve zorg duidelijk te krijgen. Vervolgens kunnen we die, in overleg met de patiënt, huisarts en relevante zorgverleners, vastleggen in een proactief zorgplan. Daarin staan bijvoorbeeld adviezen over pijnbestrijding, welke behandelingen de patiënt nog kan en wil ondergaan, of we in geval van nood overgaan tot een ziekenhuisopname of dat de patiënt als het even kan thuis verzorgd wil worden. Door een proactieve houding worden de patiënt, naasten en zorgverleners voorbereid op wat kan komen.’

Levensverwachting van één jaar

Wat het juiste moment is voor een doorverwijzing naar de polikliniek palliatieve zorg, verschilt van patiënt tot patiënt, legt Van der Werff uit. ‘Het is een veel voorkomend misverstand dat palliatieve zorg pas in iemands allerlaatste maanden of weken aan de orde kan komen. Sommige mensen hebben er meteen behoefte aan, zodra ze hebben gehoord dat hun ziekte niet meer is te genezen, anderen willen het er pas over hebben op het moment dat de specialist geen ziektegerichte behandelingsmogelijkheden meer ziet of wanneer ze deze niet meer willen ondergaan. In het algemeen pleiten wij ervoor dat patiënten in ieder geval naar ons worden doorverwezen op het moment dat de ziektegerichte behandeling overgaat in een symptoomgerichte behandeling. Ook een levensverwachting van ongeveer nog een jaar kan een geschikt moment voor verwijzing zijn. We kunnen dan namelijk nog veel bijdragen aan een betere levenskwaliteit, zowel voor de patiënt zelf als voor de mensen om hem of haar heen. Denk bijvoorbeeld aan het ondersteunen van patiënt en naasten, maar ook aan het voorkomen van onnodige of ongewenste behandelingen en opnames. Op deze wijze dienen we allereerst het belang van passende zorg voor de patiënt. Bovendien is de verwachting dat dit kostenbesparend kan werken.’

Coördinerende rol

Van der Werff en haar collega’s verwachten drie groepen patiënten in hun polikliniek te ontvangen. Bij een deel zal een eenmalig consult volstaan, op grond waarvan een zorgplan kan worden gemaakt. Anderen zullen de polikliniek bezoeken met het oog op specifieke klachten zoals pijn of existentiële problemen. Een derde groep dient op korte termijn beoordeeld te worden voor symptoombestrijding. De ziektes waaraan deze patiënten lijden, kunnen variëren. Van der Werff: ‘Mensen denken bij palliatieve zorg al snel aan kanker, maar het kan ook gaan om ziektes als COPD, hartfalen, dementie of combinaties daarvan. In alle gevallen is onze rol coördinerend. We putten uit de specialistische kennis die hier in het Martini Ziekenhuis beschikbaar is, overleggen met de huisarts en zorgen zo dat iedereen weet welk proces we met de patiënt doorlopen.’

400 patiënten in 2020

Is het mogelijk dat de polikliniek op den duur een regionale functie gaat vervullen? ‘We sluiten dat niet uit’, bevestigt Van der Werff, ‘maar we richten ons in eerste instantie op onze eigen patiënten van het Martini Ziekenhuis, met als eerste doelstelling de palliatieve zorg voor deze patiënten te optimaliseren. We verwachten dat we vanaf 2020 zo’n 400 nieuwe patiënten per jaar gaan zien.’

Gertruud van der Werff is verpleegkundig specialist palliatieve zorg en coördinator van het Palliatief Team Martini Ziekenhuis. Haar takenpakket omvat onder meer consultverlening, deskundigheidsbevordering, beleid, onderzoek en innovatie.

Goede zorg kijkt naar wat patiënten nodig hebben in elke fase van hun ziekte. Roche maakt graag nieuwe initiatieven mede mogelijk die zich daarop richten. Daarom heeft Roche bijgedragen aan het onderzoek naar en de totstandkoming van de business case achter een palliatief centrum in Noord-Nederland.