TIAS Business School bereidt 'medisch manager' voor op de toekomst

De nieuwe generatie zorgprofessionals wordt zowel medisch als bedrijfskundig opgeleid en is daardoor beter in staat om goede zorg betaalbaar te houden. Roche ondersteunt de TIAS Business School, het opleidingsinstituut dat artsen opleidt tot medisch managers.

Ondernemers

Dokters zijn in de afgelopen zeventig jaar beetje bij beetje mede-ondernemers geworden van ziekenhuizen. Waren ze destijds te gast in het ziekenhuis, tegenwoordig zijn ze veel meer betrokken en medeverantwoordelijk voor het reilen en zeilen. Dat betekent dat ze door het ziekenhuisbestuur geacht worden mee te denken over en te werken aan allerlei zaken die bij de bedrijfsvoering van het ziekenhuis komen kijken zoals personeel en organisatie, kwaliteitsmanagement, financiën, ICT, innovatie en verandermanagement.

Bestuurskundige vakken

Opmerkelijk genoeg is er binnen de opleidingen van dokters nagenoeg geen aandacht voor deze bestuurskundige vakken. ‘Artsen spreken daardoor enkel de medische taal, en niet de taal van de ziekenhuismanagers’, licht Nardo van der Meer toe. Hij is cardio-anesthesioloog en intensivist bij Amphia Breda en docent bij TIAS. Net als zijn collega Olof Suttorp, bestuursvoorzitter bij het Amphia en eveneens TIAS-docent, weet hij precies waar dat in de dagelijkse ziekenhuispraktijk toe leidt: het zorgt voor onbegrip tussen artsen en ziekenhuismanagers, houdt innovatie tegen en maakt de zorg onnodig duur.

Eén taal

‘Sommige medisch specialisten weten bijvoorbeeld nauwelijks hoe het inkomen van een ziekenhuis tot stand komt en hoe het interne proces van verdeling van exploitatie- en investeringsgelden geregeld is. Daar hebben ze nooit iets over geleerd en houden ze zich ook liever niet mee bezig’, verklaart Van der Meer. Toch kan het geen kwaad als artsen meer de taal van de managers leren spreken, meent hij. ‘Dokters zijn bijvoorbeeld prima in staat om innovaties te bedenken maar het ontbreekt hen aan kennis om bestuurlijk draagvlak te creëren en om de innovatie te implementeren. Zeggen: ‘het is zo’, overtuigt een bestuur niet en wekt eerder wrevel. Argumenten als kwaliteitsverbetering en kostenreductie vinden waarschijnlijk wel gehoor.’ Van der Meer weet dat het geen onwil is. ‘Een arts denkt nu eenmaal in het belang van zijn patiënt, maar het is goed als hij meer oog heeft voor het grotere geheel. Dokters die verspilling van hulpmiddelen tegengaan bijvoorbeeld, dragen bij aan betaalbare zorg voor alle patiënten.’

Bijspijkeren

Er is volgens Suttorp en Van der Meer dringend behoefte aan een nieuw soort dokter, de medisch manager. Eén die zowel de taal van het medisch personeel als van de manager spreekt. Een opleiding tot medisch manager is er alleen niet en de bestaande medische opleidingen bieden evenmin mogelijkheden. ‘Ruimte voor bedrijfskundige modules is er nauwelijks, want dat maakt de opleiding nog langer en duurder dan die al is.’ Dokters die tijdens hun loopbaan in bestuurlijke functies terechtkomen, spijkeren hun kennis en vaardigheden daarom bij door tijdens of na een medische opleiding een bedrijfskundige studie te volgen. Suttorp deed na zijn studie als basisarts een MBA. ‘De MBA en andere opleidingen hebben me veel gebracht maar ze zijn niet toegespitst op zorginstellingen.’

Summer Academy en CBA

Een aantal particuliere opleidingsinstituten in Nederland bieden wél bedrijfskundige opleidingen die zijn toegesneden op de zorg. TIAS Business School in Tilburg, verbonden aan de Tilburg University, is één van hen. TIAS biedt twee opleidingen aan voor jonge medisch specialisten in opleiding of afgestudeerden: de vierdaagse Summer Academy en de Clinical Business Administration (CBA), een opleidingsreeks van 8 keer 2 dagen. Waarom jonge artsen? Van der Meer: ‘De jonge specialist is veel meer gewend om samen te werken en heeft meer allround interesse in ziekenhuiszaken.’

Master of Health Administration

De derde opleidingsvorm is de Master of Health Administration (MHA), een geaccrediteerde postdoctorale zorgmanagementopleiding van 15 maanden. Deze richt zich op mensen in het brede zorggebied die op strategisch niveau werken. Zij voltooien de opleiding met een afstudeerscriptie en krijgen een MSc-titel. ‘De MHA komt nog meest in de buurt van een opleiding tot medisch manager’, aldus Van der Meer. ‘We vinden het niet het ultieme programma maar het is wel een zeer goede basis.’ Enkele talentvolle dokters in een ziekenhuis zouden volgens Van der Meer deze opleiding kunnen volgen. ‘Een kortdurend programma in de basisopleiding van alle artsen zou daarnaast een enorme winst zijn.’

Unieke samenwerking

‘Wat onze opleidingen onderscheidt is dat we samenwerken met partners uit het veld’, vervolgt Van der Meer. ‘Zo brengen onder andere Roche, Stichting Medical Business (vereniging van jonge artsen, red.), advocaten-en notarisbureau Dirkzwager, Philips en zorgverzekeraars, hun eigen kennis is. Die expertise bundelen we met onze eigen academische kennis van onder meer leiderschap, innovatie en operations.’ Dankzij de steun van Roche en andere partners is de kennis altijd up-to-date en is het faciliteren van de intensieve opleidingen net een stuk eenvoudiger en voordeliger. Studenten geven daarnaast mede vorm aan de programma’s.’

Health Lab

Roche ondersteunt de Summer Academy voor het vierde jaar en maakt voor de tweede maal de Clinical Business Administration mogelijk. Die steun bestaat uit het inbrengen van kennis en een financiële bijdrage. Zo verzorgt Roche tijdens de Summer Academy onder meer een avond over leiderschap en financiering in de zorg. Daarnaast is Roche partner in het Health Lab, een platform waarin TIAS samen met partners nieuwe onderzoeks- en onderwijsideeën genereert. ‘Kennis van de partners is strikt academisch, dat wil zeggen: niet gerelateerd aan producten van de partners. De faculty members, onze hoogleraren, hebben ook geen commerciële banden met partners. Partners hebben evenmin invloed op samenstelling van onderwijsprogramma: een onafhankelijke commissie stelt het programma vast en bepaalt welke kennis door partners wordt ingebracht.’

Medisch managers

Enkele honderden jonge medische specialisten die sinds de start van de Summer Academy in 2013 en de Clinical Business Administration in 2015 door TIAS zijn opgeleid, werken inmiddels in de zorg. En dat aantal neemt elk jaar toe. Van der Meer: ‘Studenten zijn heel enthousiast en geven ons hoge waarderingen. Steeds meer opleiders van de jonge specialisten in opleiding verwijzen hun studenten naar ons door.’ In hoeverre al die nieuwbakken medisch managers al hun stempel drukken binnen zorginstellingen, is volgens Van der Meer op dit moment nog moeilijk vast te stellen. ‘Daarvoor zou je over vijf jaar moeten bekijken of ze succesvolle managers zijn. Maar ook dat is lastig, want wat is een succesvolle manager? We weten vanuit de theorie dat als je investeert in management, bijvoorbeeld door een leiderschapscursus, bij een aantal parameters zoals cultuur, sfeer en verandermanagement verbetering optreedt. Maar of dit dan bijdraagt aan de winstgevendheid van de organisatie, dat is lastig aan te tonen. Er zijn immers zoveel andere invloedsfactoren.’

 

Prof. Dr. Nardo van der Meer is cardio-anesthesioloog en intensivist bij Amphia Breda en is docent bij TIAS. Sinds juli 2013 is hij daar professor en voorzitter van de divisie ‘Gezondheidszorg’. Dit universitaire platform geeft ruimte aan onderwijs en onderzoek op het gebied van zorgmanagement. Zijn onderzoek richt zich op Value Based Healthcare en procesinnovatie.

Olof Suttorp MD MBA, is bestuursvoorzitter Amphia en lid adviesraad Master of Health Administration TIAS Business School. Hij doceert als senior Lecturer onder andere over thema’s als strategie, procesmanagement en filosofie van de zorg.‘