Alleen behandelingen met échte toegevoegde waarde op de markt brengen

Dure medicijnen zijn een hoofdpijndossier, schrijft Douwe Biesma in het boek waarin hij zijn ervaringen als ziekenhuisbestuurder deelt. Biesma is een medisch specialist die zijn witte jas aan de kapstok hing. Voor een fantastisch leuke baan: het besturen van het Sint Antonius ziekenhuis in Nieuwegein/Utrecht. Sturing geven aan een organisatie met een omzet van 650 miljoen euro, waar 6.000 mensen werken waarvan 300 medisch specialisten. 

“Bij de discussie over dure medicijnen ligt te veel accent op de kosten. Het gaat bijna altijd over de hoge kosten van middelen, terwijl  ze een heel belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van leven. We gaan naar een toekomst waarin de kans heel groot is dat iedereen in zijn leven zo’n duur geneesmiddel ‘tegenkomt’. Denk maar aan de meisjes die nu worden geboren, die halen de 100-jarige leeftijd.” Douwe Biesma beheerst de vaardigheid  om genuanceerde standpunten duidelijk en in klip en klare bewoordingen over het voetlicht te brengen. Hij prijst de enorme toegevoegde waarde van dure medicijnen voor de kwaliteit van leven. En bepleit tegelijkertijd dat dure medicijnen zo restrictief mogelijk worden ingezet. “Te lang houden medisch specialisten vast aan de volle breedte van het vak”, stelt hij vast. “Er is soms sprake van amateuristisch gedrag van artsen. We bereiken betere resultaten als we meer concentreren. Wie leukemie krijgt in de periferie en daar een behandeling krijgt is met zekerheid minder goed af dan wanneer de patiënt naar een centrum gaat waar ze er véél meer ervaring mee hebben.”

“Ik word benaderd door een medisch specialist. Hij heeft drie patiënten met een zeldzame aandoening. Een van deze patiënten komt volgens hem in aanmerking voor het dure geneesmiddel dat bij ons op de rode lijst staat. Het nabijgelegen umc is gespecialiseerd in deze aandoening en men heeft daar al dertig patiënten met dit middel behandeld. De zorgverzekeraar vergoedt dit middel voor deze indicatie wel in dat umc. Ik zie geen andere oplossing dan het verwijzen van de betreffende patiënt. Dat valt echter niet goed. De specialist reageert gekrenkt. Ik begrijp zijn teleurstelling die hij niet over stoelen of banken steekt. Maar het is ook niet ongebruikelijk om het gebruik van nieuwe middelen in een eerste fase te beperken tot enkele centra.”

Fragment uit: De witte jas aan de kapstok, verhalen van een zorgbestuurder. ISBN 9789090319452

Per week is de bestuurder naar schatting 2 uur met medicijnen bezig. Biesma: “Ik heb nagenoeg alle aanvragen die bij mij kwamen altijd toegekend. Ook buiten de indicaties om. Daar heb ik heel veel mooie dingen van gezien!” Kwaliteit van leven heeft voor iedereen een verschillende betekenis.  Net zoals het begrip value based healthcare. “Iedereen geeft daar een eigen inkleuring aan. Vaak is het een nieuw woord gekoppeld aan een verdienmodel”, zegt hij nuchter. Hij vertelt over het overleg met een leverancier van CT-scans. Dat die soms niet nodig zijn. “Maar ik heb nog geen leverancier gezien die meegaat in een model waarin we mínder CT-scans gebruiken.”

In de queeste naar gepersonaliseerde zorg zijn er altijd twee componenten, stelt Biesma. Objectief: werkt dit middel wel? En ook de mening van de patiënt over de behandeling en bijwerkingen. “Een belangrijke vraag is: hoe kan je ervoor zorgen dat patiënten die het níet nodig hebben een geneesmiddel niet krijgen?” De eigen farmadatabase levert ongelofelijk veel extra informatie op, waarmee zo’n streven steeds dichterbij komt. “We maken de afweging wat een behandeling kost en wat de winst is in levensjaren. Dat is een moeilijke discussie. En daarbij spelen altijd ook nog  emotionele argumenten. Wát is de survivalwinst? Heel interessant is dat die vraag veel minder speelt als je uitgaat van value based healthcare, omdat de mening van de patiënt dan zwaarder weegt.”

In de dialoog komt een medicijn ter sprake dat volgens de producent dertig dagen survivalwinst oplevert. “In de praktijk was het 17 dagen merkten we in het ziekenhuis”, zegt Biesma. “Wat heb je aan zo’n middel? Ik zou het heel stoer vinden als farmabedrijven alléén middelen en behandelingen op de markt brengen die échte toegevoegde waarde hebben.”

Het ziekenhuis hecht aan samenwerking met het bedrijfsleven. “Dat gaat het beste als er sprake is van het overstijgen van eigenbelang. Dat zou bijvoorbeeld kunnen om data effectief te bewerken. Het ziekenhuis heeft daarvoor onvoldoende middelen.” De bestuurder is op dit specifieke punt méér zorgvuldig dan besluitvaardig. In de dialoog met het publiek wordt hij aangesproken op zijn woordkeuze: “Je kunt je ziel maar één keer verkopen. We zitten in een omgeving met enorm veel toezicht, dat hou je in het achterhoofd.” Samenwerking is een werkwoord, voortdurend vergroten van wederzijds begrip en vertrouwen is lonend.