Ambities realiseren door samenwerking

Guido van den Boom, Chief Sustainability Officer


Fritz Hoffmann La Roche had in 1896 het baanbrekende idee dat ‘samenwerking tussen het bedrijfsleven en wetenschap een enorme stap voorwaarts zou kunnen betekenen in de strijd tegen ziekten en daarmee het leven van mensen kan verbeteren’. Samenwerking staat nog steeds hoog in het vaandel bij Roche en onze doelen daarbij zijn ambitieus: meer innovaties sneller naar patiënten brengen tegen gereduceerde maatschappelijke kosten. We willen een partner zijn in het co-creëren van waarde voor de patiënt en we streven naar gepersonaliseerde zorg. Dat zijn grote woorden maar kan dat wel en hoe dan?


Een testcase voor deze ambitie deed zich onlangs voor: een innovatie voor hemofilie A, een erfelijke ziekte die voorkomt bij jongens of mannen met een grote impact op de kwaliteit van het leven. Hoe kan deze innovatie sneller voor patiënten beschikbaar komen? En hoe kan dat op een duurzame manier, ook vanuit kostenperspectief? Met die puzzel zijn we aan de slag gegaan door samenwerking te zoeken bij de zorgpartijen. Omdat het hier om een kostbaar geneesmiddel gaat lag de gebruikelijk route voor de hand. Die route loopt via de vergoedingsautoriteit (ZIN) en het Ministerie(VWS) en wordt wel de ‘sluis’ genoemd. Aan die route kleven helaas belangrijke bezwaren en éen daarvan is de doorlooptijd. Het Financieel Dagblad heeft onlangs in een artikel gesteld dat de gemiddelde doorlooptijd zo’n 400 dagen beslaat met uitschieters naar nog veel langer. Om te zien of er een korter alternatief denkbaar was voor deze route zijn we gaan praten met alle betrokkenen in het veld: met de beroepsgroep, met de hemofiliecentra, met de zorgverzekeraars, in later stadium ook met de patiëntenorganisatie en met de ‘sluis’ partijen ZIN en VWS. Al snel bleek dat zorgaanbieders andere nadelen zagen in het doorlopen van de traditionele sluisroute: er was in de huidige behandeling van hemofilie sprake van marktwerking en een route via het Ministerie (ingrijpen in de markt) zou minder goed passen bij de manier waarop de zorginkoop nu is geregeld. Deze uitgangspunten, snellere zorg passend bij de ‘markt’ van de hemofilie behandeling, waren aanleiding om met elkaar in gesprek te gaan in Ronde Tafels over een alternatieve route: een route waarin veldpartijen hun verantwoordelijkheid zouden oppakken.

In de eerste bespreking was iedereen nog wat onwennig en afwachtend, niet raar voor een experiment om een nieuwe route te proberen. Maar het gedeelde patiëntbelang won het van de scepsis, en de openheid van het aanvankelijk wantrouwen. De besprekingen hebben geleid tot afspraken over zinnige en zuinige zorg én tot afspraken over het monitoren van patiënten in de praktijk van alledag. Met deze afspraken onder de arm zijn de Ronde Tafel afgevaardigden naar het ministerie van VWS gegaan om het voorstel voor de alternatieve route te bespreken. Ook daar moest aanvankelijke scepsis worden overwonnen maar gaandeweg werd de discussie constructiever.

Uiteindelijk is de kogel door de kerk gegaan: het ministerie heeft ingestemd met een nieuwe variant op de sluisprocedure, namelijk een route waarbij het ministerie aansluit bij afspraken waarbij de daarvoor verantwoordelijke veldpartijen zelf tot kostenbeheersing komen. Het uitgangspunt van VWS daarbij was dat de innovatie niet zou leiden tot meerkosten maar uiteindelijk tot besparingen in de zorg. En ondanks dat het voor iedereen ‘nieuw’ was, is het de route via de veldpartijen sneller gegaan dan de gebruikelijke route via VWS.  En zo bleek een verre ambitie met grote woorden -snellere toegang en reductie van maatschappelijke kosten- dichterbij dan gedacht, een eerste stap naar meer duurzame samenwerking.