Vijf mythes over longkanker

Als de diagnose longkanker wordt gesteld, is de wereld voor de patiënt en zijn of haar omgeving nooit meer hetzelfde. En dan blijkt opeens dat heel veel mensen wat van de ziekte afweten of denken te weten. Lang niet alle verhalen over longkanker zijn correct. Dit zijn vijf hardnekkige mythes over longkanker.

 

  1. Alleen mensen die roken of gerookt hebben, krijgen longkanker2
    Longkanker komt ook voor bij mensen die nooit gerookt hebben. Sommige onderzoekers menen dat inmiddels een kwart van de longkankerpatiënten niet-rokers zijn. Dit betekent dat er onder de 12.000 patiënten die jaarlijks te horen krijgen dat zij longkanker hebben, ongeveer 1.200 tot 3.000 patiënten zijn die niet of nauwelijks gerookt hebben. Het inademen van fijnstof of het werken met schadelijke stoffen kan ook longkanker veroorzaken. Door het langdurig inademen van schadelijke stoffen verandert het genetische materiaal van de cellen in de longen. Hierdoor raakt de celdeling verstoord en kan longkanker ontstaan. Genetische factoren kunnen daarnaast ook bijdragen in het ontstaan van longkanker.
  2. Longkanker begint altijd met hoesten3
    Langdurig hoesten is een belangrijk symptoom van longkanker, maar niet het enige. Ook andere klachten kunnen een symptoom zijn van beginnende longkanker. Zoals vermoeidheid, kortademigheid, heesheid zonder keelpijn en gewichtsverlies zonder aanwijsbare reden. Omdat het zulke alledaagse klachten zijn, kloppen patiënten vaak (te) laat aan bij een arts. Met als gevolg dat de diagnose longkanker ook (te) laat gesteld wordt. Veelal geeft longkanker ook pas in een laat stadium klachten.
  3. Longkanker is altijd dodelijk4
    Hoewel longkanker nog steeds een van de meest dodelijke vormen van kanker is, is het gelukkig niet altijd meer een doodvonnis. Niet-kleincellige longkanker die in een vroeg stadium wordt ontdekt, biedt de meeste kans op genezing en is goed te behandelen met een operatie ofwel gerichte bestraling. 19% van de mensen met longkanker is 5 jaar na de diagnose nog in leven (cijfers uit periode 2011 – 2015). 11% is 10 jaar na de diagnose nog in leven (cijfers uit periode 2006 – 2010).
  4. Je kunt niet leven met maar één long5
    Leven met één long kan gelukkig wel. Het weghalen van een (deel van de) long om de tumor te verwijderen is dan ook een goede behandeling als longkanker in een vroeg stadium is ontdekt. Een alternatief voor een operatie is stereotactische bestraling. Uit studies blijkt dat de overleving na deze bestraling vrijwel even goed is als na een operatie. Voordelen zijn dat er geen ziekenhuisopname nodig is en patiënten sneller herstellen. Nadeel is dat niet met zekerheid gezegd kan worden of de tumor helemaal weg is.
  5. Longkanker komt alleen voor bij ouderen 4
    Hoewel de grootste groep mensen die longkanker krijgt ouder is dan 65 jaar, treft de ziekte ook jongere mensen. In 2016 kregen 12.168 mensen longkanker. 4.119 mensen waren bij de diagnose jonger dan 65 jaar. En 1.191 mensen waren bij de diagnose jonger dan 55.

 

 

Referenties

What is liquid biopsy?, Roche
Niet of nauwelijks gerookt, Patiëntenorganisatie Longkanker Nederland
Oorzaken en symptomen, Patiëntenorganisatie Longkanker Nederland
4 Incidentie- en overlevingscijfers, Nederlandse Kankerregistratie, beheerd door IKNL, november 2017 (voorlopige incidentiecijfers uit 2016). Sterftecijfers: CBS voorlopige cijfers uit 2016
Wilt u hulp bij het kiezen van een behandeloptie?, keuzehulp-longkanker.nl