Rob van Wuijtswinkel, medical manager

Deze tijd van nieuwe data en snelle ontwikkelingen is fascinerend

Tijdens mijn HBO-opleiding Organische Chemie in Delft ben ik opgeleid voor het synthetiseren van organische moleculen, zoals bijvoorbeeld steroïd moleculen. Ik leerde hoe moleculen werken en hoe je in het lab nieuwe verbindingen kunt maken. Zo deed ik onderzoek naar penicilline in mijn stage bij Gist Brocades, waar ik daarna ook bleef werken. Daarna ging ik naar de R&D-afdeling van Organon in Oss. Dat vond ik heel bijzonder. Stel je voor, een heel gebouw vol slimme mensen die heel hard aan het werk zijn om nieuwe stoffen te vinden die ziekten kunnen genezen of bestrijden.

Het begin

Het ontwikkelen van een nieuw medicijn is een lang en zorgvuldig proces. In het laboratorium sta je helemaal in het begin. Wij zochten in die tijd naar nieuwe medicijnen tegen reumatoïde artritis. Mijn uitdaging was bijvoorbeeld om een steroïdmolecuul zodanig te veranderen dat er een andere werkzaamheid werd gezien. Als dat lukt en je op een gegeven moment inderdaad biologische activiteit ziet in cellen, begint een volgende fase. Na zeven jaar in het lab, was ik toe aan iets anders en ging ik meedenken over klinische studies. Dat vind ik nog steeds één van de mooiste aspecten in mijn werk omdat je daarbij samenwerkt met mensen en al dicht bij het uiteindelijke geneesmiddel bent.

Klinische studie

Na Organon werd ik clinical research associate bij Lilly op het gebied van longoncologie. In die functie begeleidde ik zogenaamde Investigator Initiated Studies, studies die op verzoek van de behandelende artsen plaatsvinden. In 2004 stapte ik over naar Roche, dat net registratie had verkregen voor een nieuw geneesmiddel op het gebied van longoncologie. Dat betekende voor mij het uitrollen van een breed Fase IV clinical trial programma. Dankzij mijn netwerk in de longgeneeskunde konden meer dan 500 patiënten geïncludeerd worden in de studie, waarvan de resultaten ook internationaal zijn gepubliceerd.

Voorlichting

Als medical manager heb ik veel verschillende taken. Behalve met klinische studies houd ik me bezig met het maken van voorlichtingsmaterialen voor patiënten, artsen en verpleegkundigen. Ik train productspecialisten die door het hele land heen de artsen bezoeken en vertaal het internationale medisch-strategische plan naar Nederland. Wat is er nodig om de waarde en de inzetbaarheid van het geneesmiddel nog meer te benutten? Dat kan betekenen, dat we aanvullend onderzoek doen. Bijvoorbeeld of het geneesmiddel ook de terugkeer van de kanker ná een operatie voorkomt of uitstelt. Tot operatie van een tumor wordt vaak besloten als de kanker nog niet is uitgezaaid. Chemotherapie wordt ingezet als er wel sprake is van uitzaaiingen. Een combinatie voorkomt mogelijk uitzaaiingen. In een aanvullende klinische studie onderzoeken we of dat effect er inderdaad is.

Immuuntherapie

Ik maak deel uit van een internationaal medisch team voor blaas-, nier- en prostaatkanker, waarin we onder andere nadenken over nieuwe studies en de interpretatie van de data die beschikbaar komen. Elke maand hebben we een telefonische conferentie en eens per jaar ontmoeten we elkaar. Ik ben net terug uit San Francisco waar ik drie dagen een congres heb bijgewoond over dit therapeutische gebied. Aansluitend hebben we twee dagen de implicaties voor onze organisatie besproken en nu ga ik de uitkomsten lokaal delen. Eén van de activiteiten die op stapel staat is een aantal webinars over immuuntherapie voor longartsen, oncologen en verpleegkundigen. Ik heb daarvoor onder andere Dan Chen geïnterviewd toen die in Praag was voor een medisch congres. Hij heeft samen met Ira Mellman de basis gelegd voor een nieuwe therapie, die het lichaam aanzet om het eigen immuunsysteem in te zetten om tumoren op te ruimen. Wat dat betreft, leven we in een fascinerende tijd. De hoeveelheid nieuwe data en de snelheid waarmee nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden, is ongekend.

IKNL

Last but not least ben ik vanuit Roche één dag per twee weken verbonden als onderzoeker bij het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL). In de onderzoeksgroep Oncologische Tumoren onderzoek ik hoe uitgezaaide blaaskanker in de periode 1995-2015 is behandeld en wat daarvan de resultaten zijn. Hoe zijn patiënten behandeld, wat was de overleving, zijn er verschillen tussen mannen en vrouwen, rokers en niet-rokers. Welke patronen zijn daarin te ontdekken? Dat is nog nooit eerder gedaan.  Ik kwam met allerlei vragen bij het IKNL waar nog geen antwoord op was, en toen stelde de hoogleraar met wie ik contact had, voor om dat onderzoek zelf te gaan doen. Nu lopen er verschillende projecten financieel gesteund door Roche, bij het IKNL, waaronder dit onderzoek.

Patiënt

Voor ons is het essentieel dat patiënten die baat hebben bij een bepaald geneesmiddel, dat geneesmiddel ook echt krijgen. Daar zetten wij ons met zijn allen voor in. Het ontwikkelen van een geneesmiddel kost ongelooflijk veel inspanning en dan moet het wel maximaal benut worden. Daarom besteden we veel aandacht aan communicatie om gemiste kansen te voorkomen en doen we onderzoek, waardoor zo goed mogelijk kan worden vastgesteld wie wel of niet baat heeft bij een therapie. Zo proberen we zo goed mogelijk te begrijpen hoe het immuunsysteem werkt bij kanker en hoe je dat kunt beïnvloeden. Ik vind het heel mooi daaraan bij te kunnen dragen.